Caravan en de Wet

www.caravanendewet.nl

Internationale wetgeving.

 

Hieronder enkele wettelijke bepalingen uit het Verdrag van Genéve.

A. TITELVerdrag inzake het wegverkeer; (met Bijlagen)Wenen, 8 november 1968

B. TEKSTDe tekst van Verdragen en Bijlagen is geplaatst in Trb. 1974, 35.Zie voor wijzigingen van het Verdrag rubriek J van Trb. 1997, 25.De Russische regering heeft in overeenstemming met artikel 49, eerste lid, wijzigingen van het Verdrag voorgesteld, welke de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in overeenstemming met hetzelfde artikellid, op 28 september 2004 ter kennis heeft gebracht van alle Verdragsluitende partijen. 

C. VERTALINGZie Trb. 1974, 35 en 174 en rubriek J van Trb. 1997, 25.De vertaling van de in rubriek B hierboven genoemde wijzigingen luidt als volgt:Voorgestelde wijzigingen van het Verdrag van 1968 inzake het wegverkeer

A. WIJZIGINGEN VAN DE 

HOOFDTEKST VAN HET VERDRAG 

Artikel 37 Het onderscheidingsteken van de Staat waarin het voertuig is ingeschreven

Eerste lid

Als volgt wijzigen en aanvullen:

„1. a. Op elk motorvoertuig in het internationale verkeer dient aan de achterzijde, behalve zijn kenteken, het onderscheidingsteken te zijn aangebracht van de Staat waarin het is ingeschreven.

•    b. Dit teken kan hetzij gescheiden van de kentekenplaat worden geplaatst of in de kentekenplaat worden opgenomen.•    c. Wanneer het onderscheidingsteken in de kentekenplaat wordt opgenomen, moet het ook worden vermeld op de kentekenplaat aan de voorzijde van het voertuig, indien een kentekenplaat aan de voorzijde verplicht is."

Tweede lid

De eerste volzin wordt als volgt gewijzigd:

„2. Op elke aanhangwagen die aan een motorvoertuig is gekoppeld en waarop, ingevolge artikel 36 van dit Verdrag, aan de achterzijde een kenteken dient te zijn aangebracht dient aan de achterzijde tevens, hetzij gescheiden van de kentekenplaat of hierin opgenomen, het onderscheidingsteken te zijn aangebracht van de Staat waarin het kenteken werd afgegeven."

Derde lid

Als volgt wijzigen:

„3. De samenstelling van het onderscheidingsteken en de wijze waarop het dient te worden bevestigd of in de kentekenplaat dient te worden opgenomen, dienen te voldoen aan de eisen vervat in Bijlagen 2 en 3 van dit Verdrag."

B. WIJZIGINGEN VAN DE BIJLAGEN BIJ HET VERDRAG 

Bijlage 1

Uitzonderingen op de verplichting motorvoertuigen en aanhangwagens in het internationale verkeer toe te laten

Paragraaf 9

Als volgt wijzigen:

„9. De Verdragsluitende Partijen kunnen weigeren op hun grondgebied motorvoertuigen, of aanhangwagens die aan een motorvoertuig zijn gekoppeld, in internationaal verkeer toe te laten, indien deze een ander onderscheidingsteken dragen dan is voorgeschreven in artikel 37 van dit Verdrag. De Verdragsluitende Partijen kunnen de toelating niet weigeren van een voertuig dat is voorzien van een onderscheidingsteken dat gescheiden van de kentekenplaat in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag is aangebracht ter vervanging van een onderscheidingsteken dat is opgenomen in de kentekenplaat en dat niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag."  

Bijlage 2

Het kenteken van motorvoertuigen en aanhangwagens in internationaal verkeer

Titel als volgt wijzigen:

„Kenteken en kentekenplaat van motorvoertuigen en aanhangwagens in internationaal verkeer" 

Paragraaf 3

De eerste volzin als volgt wijzigen:

„3. Wanneer het kenteken op een plaat is aangebracht, dient deze plaat vlak te zijn en in verticale of nagenoeg verticale stand te zijn aangebracht in rechte hoeken met de lengte-as van het voertuig."Paragraaf 4Wordt vervangen door de volgende tekst:„4. Onverminderd de bepalingen van Bijlage 5, paragraaf 61 (g) bij dit Verdrag, mag de achtergrond van de kentekenplaat waarop het kenteken en, waar van toepassing, het onderscheidingsteken van de Staat waar het voertuig is geregistreerd – eventueel aangevuld met de vlag of het embleem overeenkomstig de in Bijlage 3 vervatte voorwaarden – worden getoond, van retroreflecterend materiaal zijn.

Voeg de volgende nieuwe paragraaf 5 toe:

„5. De achtergrond van het deel van de kentekenplaat waarop het onderscheidingsteken is opgenomen moet van hetzelfde materiaal zijn als dat welk is gebruikt voor de achtergrond van het deel waarop het kenteken is vermeld."  

Bijlage 3

Het onderscheidingsteken van motorvoertuigen en aanhangwagens in het internationale verkeerVervang Bijlage 3 door de volgende tekst:

„1. Het onderscheidingsteken bedoeld in artikel 37 van dit Verdrag bestaat uit een, twee of drie Latijnse hoofdletters.

2. Wanneer het onderscheidingsteken gescheiden van de kentekenplaat wordt getoond, moet het aan de volgende voorwaarden voldoen.

• a. De letters dienen ten minste 8 cm hoog te zijn en een lijndikte te hebben van ten minste 1 cm. De letters dienen in zwart op een witte ovale achtergrond geschilderd te zijn, waarvan de langste as horizontaal is gericht. De witte achtergrond mag van retroreflecterend materiaal zijn.

•   b. Wanneer het onderscheidingsteken slechts uit één letter bestaat kan de langste as van het ovaal ook verticaal zijn gericht.

•   c. Het onderscheidingsteken mag niet op zodanige wijze worden aangebracht, dat het met het kenteken zou kunnen worden verward, of dat het de leesbaarheid van dit kenteken zou kunnen verminderen.

•   d. Op motorfietsen en hun aanhangwagens dienen de afmetingen van de assen van het ovaal ten minste 17,5 cm en 11, 5 cm te zijn. Op andere motorvoertuigen en hun aanhangwagens dienen de afmetingen van de assen van het ovaal ten minste te zijn:•   

o    i. 24 cm en 14,5 cm wanneer het onderscheidingsteken drie letters omvat;

o    ii. 17,5 cm en 11,5 cm wanneer het onderscheidingsteken minder dan drie letters omvat.

3. Wanneer het onderscheidingsteken in de kentekenplaat of -platen is opgenomen, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

•    a. De letters dienen een hoogte te hebben van ten minste 2 cm, waarbij als referentie wordt genomen een kentekenplaat van 11 cm.

•    b. i. Het onderscheidingsteken van de Staat waarin het voertuig is geregistreerd, eventueel aangevuld met de vlag of het embleem van de Staat of het embleem van de regionale organisatie voor economische integratie waartoe het land behoort, dient te worden aangebracht uiterst links of rechts van de kentekenplaat aan de achterzijde, maar bij voorkeur links of uiterst linksboven op platen waarop het kenteken twee regels inneemt.

•    ii. Wanneer, in aanvulling op het onderscheidingsteken een niet-numeriek symbool en/of een vlag en/of een regionaal of lokaal embleem op de kentekenplaat worden getoond, dient het onderscheidingsteken van de Staat waarin het voertuig is geregistreerd verplicht uiterst links op plaat te worden aangebracht.

•    c. De vlaggen of emblemen die in voorkomend geval het onderscheidingsteken van de Staat waarin het voertuig is geregistreerd aanvullen, dienen zodanig te worden geplaatst dat hierdoor de leesbaarheid van het onderscheidingsteken niet wordt verminderd en dienen bij voorkeur boven het onderscheidingsteken te worden aangebracht.

•    d. Het onderscheidingsteken van de Staat waarin het voertuig is geregistreerd dient zodanig te worden aangebracht dat dit gemakkelijk herkenbaar is en niet kan worden verward met het kenteken en de leesbaarheid van dit kenteken niet kan verminderen. Derhalve dient het onderscheidingsteken ten minste een andere kleur te hebben dan het kenteken, of een andere achtergrondkleur te hebben dan die welke is gereserveerd voor het kenteken, of duidelijk, bij voorkeur door een lijn, van het kenteken gescheiden te zijn.

•    e. Op de kentekenplaat van motorfietsen en hun aanhangers en/of op kentekenplaten die twee regels beslaan, mogen de grootte van de letters van de onderscheidingstekens alsmede, waar van toepassing, de grootte van de nationale vlag of van het embleem van de Staat waarin het voertuig is geregistreerd of het symbool van de regionale organisatie voor economische integratie waartoe het land behoort, dienovereenkomstig worden aangepast.

•    f. De bepalingen van deze paragraaf zijn volgens dezelfde beginselen van toepassing op de kentekenplaat aan de voorzijde van het voertuig wanneer een kentekenplaat aan de voorzijde verplicht is. 4. De relevante bepalingen van Bijlage 2, paragraaf 3, zijn ook van toepassing op het onderscheidingsteken."  

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1974, 25.De bepalingen van de in rubriek B hierboven geplaatste wijzigingen zullen ingevolge artikel 49, tweede lid, van het Verdrag in werking treden op 28 maart 2006, tenzij meer dan een derde van de Verdragsluitende partijen voor 28 september 2005 de Secretaris-Generaal hebben medegedeeld dat zij de wijzigingen verwerpen, dan wel dat zij wensen dat een conferentie wordt bijeengeroepen ter bestudering van de wijzigingen.De bepalingen zullen ingevolge hetzelfde artikel niet gelden voor de partijen die de wijziging hebben verworpen of een Conferentie wensten. 

J. VERWIJZINGEN

Zie voor verwijzingen en andere verdragsgegevens Trb. 1974, 35 en 174 en Trb. 1997, 25.VerbandenHet Verdrag wordt aangevuld door:

Titel    :    Europese Overeenkomst tot aanvulling van het Verdrag inzake het wegverkeer dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld; Genève, 1 mei 1971 Laatste Trb.     :    Trb. 2005, 259Overige verwijzingen

Titel    :    Verdrag inzake verkeerstekens; Wenen, 8 november 1968 Laatste Trb.     :    Trb. 2005, 257 Titel    :    Handvest van de Verenigde Naties; San Francisco, 26 juni 1945 Laatste Trb.     :    Trb. 2004, 240 

Titel    :    Statuut van het Internationaal Gerechtshof; San Francisco, 26 juni 1945Laatste Trb.     :    Trb. 1997, 106 

Titel    :    Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie; New York, 26 oktober 1956 Laatste Trb.     :    Trb. 2001, 135

Uitgegeven de eenendertigste augustus 2005

De Minister van Buitenlandse Zaken,B. R. BOT